Lustrum in de loge

Ruim vijf jaar ben ik lid van deze loge. Vijf keer heb ik ook in de vertrouwelijkheid van de loge mijn verhaal verteld. Onder andere over wie ik was en hoe ik dacht, wie ik ben en hoe ik denk, en welke invloed de vrijmetselarij en onze loge daarop hadden. Vijf keer een uitdaging, waarop ik met tevredenheid terugkijk. In mijn eerste verhaal keek ik terug op mijn leven vóór de loge. Hoe ik vaak tussen verschillende partijen stond, en me niet altijd realiseerde hoe legitiem dat was; dat je niet perse partij hoeft te kiezen voor het een of het ander, maar dat een middenpositie –de positie die mij vaak past- evenveel bestaansrecht heeft.

Ik ben agnost, want ik weet niet of er iets is. Ik denk dat ik het niet kán weten, dat mijn verstandelijke vermogens te beperkt zijn om alles wat er is –of er niet is- te kunnen omvatten en bevatten. Voor sommigen klinkt dat misschien als capituleren, maar voor mij is het eerder een overwinning, dat ik niet alles hoef te weten. Omdat ik niet alles kán weten, hoef ik ook niet alles te weten. Kan ik rationele haarkloverij achter me laten. Geloven is iets anders dan weten. Omdat ik niet hoef te weten mag ik ook geloven wat ik het leukst vindt om te geloven. En dat is, dat er wèl iets is. Een opperbouwmeester, een voortstuwende wereldorde, een Vliegend Spaghetti Monster? Ik hoef het niet eens te benoemen en omarm de mogelijkheden die dat geeft.

 

Twijfel, en wat daar mooi aan is

Van mij krijgt u geen eendimensionale lofzang op de vrijmetselarij. Ik kan aardig wat momenten aanwijzen uit het verleden waarbij het mij geholpen heeft, maar ik heb eigenlijk ook vaak twijfel gehad. Soms wat meer twijfel, soms wat minder, ik denk dat het goed is om ook die kant met u te delen. Er is immers zwart èn wit, donker èn licht. Alle schakeringen grijs tussen zwart en wit bestaan en ik denk dat het verstandig is dat te erkennen. Dit wordt dus niet alleen een zorgvuldig gecomponeerd loflied. Maar wat ik de afgelopen jaren óók heb geleerd: door twijfels, moeilijkheden, meningsverschillen en meer van dat soort lastige zaken onder ogen te zien, te bekijken en af te pellen, verdwijnen ze vaak gemakkelijker dan ik verwacht had, of veranderen ze in iets anders, iets nieuws. Sinds ik me dat realiseer… als ik ze ruik, zoek ik ze op goede dagen meteen op, zou ik bijna zeggen. Ik hoop dat twijfel in mijn verhaal een rode draad zal blijven. Een oudere vrijmetselaar schreef mij: “Als je niet meer twijfelt, ben je geestelijk dood”. Daar twijfel ik niet aan.

 

Waarvoor ik in de loge kwam

Ik heb in die vijf jaar veel meer over mijzelf geleerd dan ik verwacht had. Ik kwam helemaal niet in de loge om iets over mijzelf te leren; ik kwam om broederschap te ervaren, samen te zijn met interessante mensen die iets te vertellen hebben en die te vertrouwen zijn. En ik dacht dat contact met andere mannen die ouder zijn dan ik een vervanging voor het contact met mijn overleden vader kon zijn. Ik was mij er nauwelijks van bewust dat er rituelen waren en vond het ook best vreemd dat ik voor mijn inwijding verzocht werd een smoking of rok te dragen. Ik dacht over anderen te leren, over de wereld, het universum en wat er misschien nog meer is. Maar eigenlijk leerde ik meer over mezelf. En dat dat misschien wel mijn opdracht is. Om vervolgens dan, als ik mezelf beter ken, ook beter te functioneren tussen anderen en bij te dragen aan wat er nog meer is. Ik ontdekte ook dat ik zelf degene ben die de positie van mijn vader (en ook die van mijn moeder overigens) overneemt.

Wat deze loge, deze groep mannen, mij in ieder geval gegeven heeft, is een manier om te toetsen. Hoe ik mij verhoud tot mensen en situaties, wat mijn positie bij een dilemma moet zijn… zulke dingen. Kijk wie je zelf bent en wat je kan en wil. Vervul je eigen taak, concentreer je daarop  en matig je geen oordeel aan over hoe iemand anders de zijne invult. En denk aan het grotere geheel; laat dat alles de basis zijn van waaruit je handelt.

Je eigen positie in het leven innemen, dat is ook terugkijken naar de plek die je innam in het gezin waarin je opgroeide, en dan vergelijken of je nu nog steeds vaak dezelfde positie inneemt. Ik stond tussen strijdende partijen in, als een verbinder. Nu denk ik soms na of dat mijn identiteit is, of dat ik het werd door de omstandigheden thuis. Die vraag geeft me de vrijheid om ook hierin een andere positie in te nemen, om te experimenteren.

 

 

Experimenteren

Ik ben gaan experimenteren, gaan onderzoeken door te doen. Niet perse bij elke kwestie proberen de kwestie zelf op te lossen, maar soms juist door die niet verder te bespreken de oplossing te vinden door op een ander niveau verbinding te zoeken. Experimenteren met verschillende schakeringen tussen zwart en wit tot de passende tint gevonden is waarmee verbinding gecreëerd kan worden. Dat experimenteren bij me past, heb ik deze jaren beter leren onderkennen. Ik ben ook meer uitgesproken geworden, soms juist minder gemakkelijk voor mijn omgeving. Want ik zorg als het nodig is dat wat verdeelt, besproken wordt, ook als het gevoelig ligt; hanteer de mantel der liefde pas na dat bespreken, en niet vooraf waarbij een verschil zelf bedekt wordt en aan de achterliggende oorzaak niets gebeurt.

Bij het nogmaals overlezen realiseer ik mij dat de woorden die hier staan ook gehoord kunnen worden zonder werkelijk te begrijpen wat ik aan u wil overbrengen – hoe beperkt is mijn taal en daarom: hoe belangrijk dat iedereen zijn eigen taal vindt, met zich zelf spreekt en zelf voor zich probeert te verwoorden wat hij ervaart. Dat is een andere rode draad: de onmogelijkheid om met taal in één keer aan iedereen hetzelfde over te brengen, en waarom dat pleit voor herhaling én voor allegorie.

En die twijfels, die blijven terugkomen? Misschien zijn mijn verwachtingen soms te hooggespannen. Misschien gaan de antwoorden die ik vind nog minder diep dan ik hoopte. Misschien ben ik bang dat ik mezelf nú wijs maak dat alles goed gaat, om straks, op mijn oude dag tot de conclusie te komen dat het allemaal minder is geweest en dat mijn kop uit het zand komt waar ik hem 20 of 30 jaar eerder onder gestopt heb… dat ik de echte uitdagingen niet aangegaan ben en me niet genoeg voorbereid heb voor als het ècht spannend wordt.

Willem Brandt

Eén van de thema’s die in mijn verhaal  terugkomen, is dat taal niet eenduidig is. Als je inziet dat een allegorie krachtiger kan zijn dan een eendimensionaal verhaal, kun je waarschijnlijk ook het volgende, over dichter en vrijmetselaar Willem Brandt, navoelen. Ik vind het fantastisch en fascinerend dat hij, misschien wel 50 jaar geleden, in heel ander tijdsgewricht, ook verwoord heeft wat ik nu denk. Het gaat –ook- over taal, en proberen te benoemen wat ons bindt.

 

 

het geheim

Hij zeide: zeg mij hun geheim, maar ik

die het reeds kende zoveel wondere jaren

zocht naar een woord; een aarzelend ogenblik,

ik trachtte tevergeefs het te verklaren.

Toen zei ik: liefde, maar ik wist opeens

dat het veel meer was, een mystieke waarde,

ongrijpbaar en toch ook van deze aarde,

zowel van allen als van mij alleen.

Het is muziek, een woord, een handgebaar,

een teken; en het schijnt in iemands ogen,

het is zijn hart en ’t mijne, ’t is het hoge

verbond van al wat schoon is, licht en waar.

Hij vroeg mij: wijs mij hun geheim, maar dit

kon ik niet duiden in duizend gesprekken.

Alleen hij zal het ooit kunnen ontdekken

die het geheim reeds in zichzelf bezit.

 

Naar een voorzichtige conclusie: wat hebben die vijf jaar gebracht?

Soms –of misschien wel altijd- heb ik twijfel, maar ik heb in mijn loge een manier, een methode, een systeem gevonden om mijn gedachten structuur te geven. Dat zegt mijn ratio. Soms denk ik ook dat alle wijsheid van oude mysteriescholen in de vrijmetselarij samenkomt. Momenten van trance, flow, zo u wilt, en transcendentie. Hoofd, hart en gevoel verbinden. Jezelf, de ander en het geheel. Dat is de opdracht en je kan dat pas begrijpen op het moment dat je het doorhebt. Dus je kan er pas met iemand anders over spreken als die het ook ervaren heeft. Daarom heeft het geen zin om het uit te schrijven; het zou te absoluut, te rationeel, te onwrikbaar zijn. Op intuïtief niveau de verbinding maken, misschien is dat voor mij de essentie.

Tenslotte. Wat er óók gebeurd is, in die vijf jaar: ik schrijf een verhaal, en wil het nadrukkelijk ook gaan hebben over twijfels, over wat anders kan, beter misschien.  Desondanks kom ik altijd automatisch uit op het positieve. Het wordt elke keer weer een verhaal van hoop. Blijkbaar accentueert de vrijmetselarij ook de positieve kant van mijn kijk op de zaken. Een van de oudere leden van onze loge zei ooit: “Door de vrijmetselarij word je een vakman in het leven”. Dat onderschrijf ik.

Wat ik nog toe wil voegen, is dat het je een veelvoud teruggeeft van wat je erin stopt. Als je komt om te halen zonder te brengen, brengt het je waarschijnlijk niet veel. Maar als je deelneemt, bereid bent het hele spel –dat op zich misschien best vreemd lijkt- te spelen, een functie in de loge te aanvaarden en serieus te nemen, je open te stellen voor en te verdiepen in de andere leden, op bezoek te gaan bij andere loges, dan ga je groeien; dan levert het meer op dan je misschien verwacht had. En, hoewel dit een serieus verhaal lijkt, kan wat het oplevert ook heel veel plezier zijn. Plezier van jongens onder elkaar. Jongens van begin 20 tot een eind in de 80, maar allemaal: jongens.

 

 

Verder lezen over de ervaringen van een meester-vrijmetselaar, na 40 jaar lidmaatschap van Loge Ultrajectina? Dat kan hier.