Geschiedenis van Loge Ultrajectina

Ontstaan en ontwikkeling van Ultrajectina

De oudste sporen van de vrijmetselarij in Utrecht gaan terug tot 1751. Na de Franse tijd verdween de vrijmetselarij uit Utrecht. Pas in 1830 werd met Ultrajectina een nieuwe start gemaakt toen Prins Frederik (1799-1881) aan Ultrajectina een wettige constitutiebrief verleende.

Vrijheid, tolerantie, openheid en naastenliefde vormen voor vrijmetselaars de grondslagen voor een harmonieuze samenleving. De vrijmetselaars van Loge Ultrajectina waren halverwege de 19e eeuw pleitbezorgers van democratisering, algemeen stemrecht, scheiding van kerk en staat, godsdienstvrijheid, staatscontrole op de armenzorg en openbaar onderwijs, dat verplicht en toegankelijk voor iedereen moest zijn. In die tijd vonden er bovendien veel charitatieve activiteiten plaats om acute nood te lenigen, al lieten de leden zich daarop niet voorstaan.stempels

De nieuwe loge Ultrajectina speelde een prominente rol in de samenleving

De loge Ultrajectina toonde grote betrokkenheid met het wel en wee van de samenleving. In de eerste helft van de 19e eeuw stichtte Ultrajectina de leerschool voor jeugdige onderwijzers en de Utrechtse Bibliotheek. Verder speelde een aantal leden een belangrijke rol bij de instelling van fondsen zoals het Weduwen en Wezenfonds (1881), het Begrafenisfonds (1895) en het Van Marenfonds (1915). Tegen het einde van de 19e eeuw was Ultrajectina op vrijwel elke dag in de week betrokken bij een activiteit. De gemeenschappelijke inzet versterkte ook de onderlinge band door bijvoorbeeld kunstzinnige initiatieven te nemen. Zo was er sinds 1887 een zanggezelschap en een muziekensemble. In 1889 werd besloten voordrachten te gaan houden. Een paar jaar later volgde een vaste avond voor debatteerbijeenkomsten, maar er werd ook gekaart en gebiljart. De loge groeide. Aan het begin van de 20e eeuw telde Ultrajectina zelfs 175 leden.

De 20e eMenukaart Ultrajectinaeuw

De 20e eeuw luidde voor de vrijmetselarij een nieuw tijdperk in. De behoefte aan meer interne structuur en de wijze waarop de vrijmetselarij diende deel te nemen aan de maatschappelijke discussie, speelde daarin een hoofdrol. Met het aantreden van het nieuwe hoofdbestuur in 1906 kwam er verandering in de bestuurlijke aanpak. Een regenteske opvatting van besturen veranderde gaandeweg in een zakelijker leiding. Er kwam ook meer eenheid in de ritualen, die zich kenmerkten door soberheid en ingetogenheid. De loges werden kleiner, omdat de ingetogen maçonnieke stijl beter tot zijn recht komt in een intiemere sfeer. In 1924 stelde Ultrajectina de mogelijkheid tot splitsing aan de orde. In 1932 was het zover en werd de loge Unie van Utrecht opgericht.

De periode 1940-1945 was een zwarte tijd voor de vrijmetselarij. Zij was één van de eerste organisaties die verboden enbrief-1940 ontmanteld werd.  Nationaal-socialisme en bezetting spoorden niet met de vrijmetselarij, omdat tolerantie en vrijheid van geweten als bedreigend werd ervaren.

Afsplitsingen

In 1955 ontstond uit Ultrajectina en de Unie van Utrecht een derde loge: De Stichtse Broederschap. In 1956 volgde loge Hermannus van Tongeren, vernoemd naar de Nederlandse Grootmeester, die tijdens zijn ambtsperiode door de bezetter gevangen werd genomen en stierf in een concentratiekamp in 1941.

Ultrajectina nu

Anno 2018 is Ultrajectina een bloeiende loge met zo’n 45 leden, zeer uiteenlopend in leeftijd, ervaring en achtergrond. We komen tijdens het werkjaar (september-juni) elke maandag bijeen in het Utrechtse logegebouw, Maliebaan 70A, en zijn ook te vinden op Facebook, Twitter en Wikipedia. Ons actuele programma, de Arbeidstafel, vindt u hier.

Logo UJ